Lithiumbatterijen en veiligheid: wat je moet weten

Marion de Graaff
27 februari 2025
5 min

De snelle ontwikkeling van batterijsystemen zorgt ervoor dat de richtlijnen ook steeds worden aangepast. Het is belangrijk om te begrijpen hoe de nieuwe systemen werken en om te weten welke regelgeving er geldt. Een cursus kan daarbij helpen.   

Ongeveer een half jaar geleden startte Omega Energietechniek met de cursus ‘Installeren en Opleveren van Energieopslagsystemen’. De tweedaagse cursus behandelt verschillende soorten energieopslagsystemen, installatietechnieken en het belang van veiligheid en regelgeving. In de training is er aandacht voor richtlijn PGS 37-1, uit de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. Die is van toepassing op ‘grote batterijen’ waarmee bewonersverenigingen zonne-energie opslaan, en energiemaatschappijen windenergie opslaan of schommelingen in het elektriciteitsnet stabiliseren

‘Maar we beginnen met wat uitleg’, zegt docent Henry Lootens. ‘Ik vertel wat een batterij is en hoe zo’n apparaat is opgebouwd. Vervolgens bespreken we de risico’s: wat kan er fout gaan, en wat gebeurt er dan precies? Een batterij is natuurlijk een onderdeel van een systeem, een energieopslagsysteem bestaat dus uit meerdere componenten. We kijken dus ook naar de omvormer en de meterkast. Naast de PGS 37-1 die de veiligheid van lithiumhoudende energiedragers en de juiste toepassing ervan in een Energie Opslag Systeem, hebben we ook te maken met de richtlijnen NEN 1010, IEC 61439 en de NEN 4288. Die laatste is een uitbreiding op de NEN 3140 en gaat over veilig werken, en schrijft voor dat je je procedures op orde hebt en je mensen goed zijn opgeleid.’ 

Netaansluiting ondersteunen

‘Er is veel belangstelling voor de cursus’, zegt Lootens. ‘De deelnemers komen uit allerlei verschillende hoeken. Het zijn verzekeraars, installateurs, adviseurs en inspecteurs, maar ik heb nu ook een vastgoedeigenaar in de groep en een medewerker van de technische dienst van een fabriek met congestieproblemen. Die laatste heeft als missie meegekregen om na te gaan of een batterij het probleem kan oplossen. Daarbij wil hij de techniek achter zo’n batterij graag begrijpen.’ 

De cursisten zijn dus van verschillende pluimage en dat is merkbaar in het kennisniveau. ‘Dat verschilt enorm, en aan mij dan de nobele taak om het startpunt te bepalen’, zegt Lootens met een lach. ‘Sommigen zijn al bezig met batterijen en willen meer weten. Anderen gaan ermee beginnen en zien de training als voorbereiding. Over het algemeen zijn het wel echte techneuten die zich aanmelden en is de basiskennis over energie en elektriciteit wel aanwezig.’

Het valt Lootens op dat veel deelnemers binnenkomen met het voornemen om middels een batterij de netaansluiting te ondersteunen. ‘De aansluiting die ze krijgen is dan niet groot genoeg, en de batterij moet de pieken opvangen. Dat is op dit moment de meest gebruikte toepassing. Ik ga ervan uit dat we nog wel zo’n tien tot vijftien jaar last zullen hebben van netcongestie. Batterijen zullen in die periode een grotere rol krijgen.’ 

Met 300 over de A10

‘Daarbij is aandacht voor veiligheid heel belangrijk’, stelt Lootens. ‘Er wordt nogal eens gedacht dat batterijen per definitie onveilig zijn. Dat kan ik direct ontzenuwen: de regels omtrent de veiligheid van batterijen zijn streng. Een batterij of EOS van een erkende leverancier of groothandel is an sich veilig. Waar het ‘m in zit, is dat de batterij of het systeem vervolgens goed geïnstalleerd moet worden. En daar zien we het nodige mis gaan. Een Porsche is in principe een veilige auto, maar als je er op de A10 rondom Amsterdam 300 kilometer per uur mee rijdt, kan dat fout aflopen. Dat is voor veel mensen wel een eyeopener. Zorgvuldigheid, weten wat je doet, en weten wat je moet doen bij een eventuele calamiteit; dat is allemaal belangrijk. En veiligheid staat op de 1e, de 2e en de 3e plaats.’ 

Hoofdstuk 7

Lootens vindt overigens niet dat accu/EOS-installateurs de hele PGS 37-1 van binnen en van buiten hoeven te kennen. ‘Neem wel hoofdstuk 7 goed door’, raadt hij aan, ‘want daarin zijn 67 concrete bouwkundige, (installatie)technische en organisatorische maatregelen uitgeschreven. Alles omtrent de basisveiligheid, ontwerp en constructie, gebruik, onderhoud, keuring, documentatie en training kun je daar vinden. Onderlinge veiligheidsafstanden is zo’n concreet punt: een container met een EOS moet minimaal 10 meter van een object zoals een pand, schuur, trafohuisje of een ander batterijsysteem af staan. Tenzij … en dan volgen er allerlei uitzonderingen. Als de container zestig minuten brandwerend is, gaat de afstand naar vijf meter. En dat is heel belangrijk in ons dichtbebouwde land. Het gaat er dus niet om dat je alle 67 maatregelen toepast, want de ene sluit de andere vaak uit. Maar wel dat je weet welke maatregel je in een bepaalde situatie toe moet passen.’ 

Bluswateraansluiting

Lootens geeft nog een voorbeeld: ‘Een batterijcontainer kan van een bluswateraansluiting worden voorzien. Breekt er in de batterij brand uit, dan kan de brandweer de container via die aansluiting gemakkelijk vol water laten lopen. Maar is de batterij in kwestie getest op propagatie, en heeft hij de test gehaald, dan is zo’n bluswateraansluiting niet nodig. Dat scheelt weer. Er zijn ook maatregelen voor EOSsen die buiten staan opgesteld. Maatregelen voor batterijen die binnen staan, zijn dan niet aan de orde. Het is dus een kwestie van goed lezen. De PGS 37-1 onderscheidt zes typen batterijen. Weten met welk type je van doen hebt, is het vertrekpunt. Het is soms even zoeken, maar er zijn goede verwijzingen.’ 

Fysieke ruimte

Een belangrijk aandachtspunt bij de toename van batterijsystemen is de fysieke ruimte die ze innemen. Ook zijn er wel elektrotechnische uitdagingen, zoals selectiviteit ten opzichte van de hoofdaansluiting. Lootens legt uit: ‘Heb je meer stroom in je installatie dan dat er door je meterkast heen kan, dan zijn er veiligheidsmaatregelen nodig. Anders klapt de hoofdzekering er bij iedere sluiting uit. Nu de netaansluitingen klein blijven, zien we dat er meer vermogen achter de meter georganiseerd wordt (o.a. door het installeren van zonnepanelen en batterijen). Het is ontzettend belangrijk dat dat goed en dus veilig gebeurt.’

De training ‘Installeren en Opleveren van Energieopslagsystemen’ is niet verplicht. Er is ook nog geen SCIOS-inspectieregeling voor energieopslagsystemen. Lootens verwacht wel dat er zo’n inspectieverplichting gaat komen in de toekomst. ‘Wellicht dat dat onder druk van de verzekeringsmaatschappijen vorm zal krijgen, zoals dat destijds bij zonnepanelen gebeurde.’ 

Complexe vastgoeduitdagingen? Bekijk dit model voor ketensamenwerking

Lees meer

Gerelateerde artikelen